Santiago de Compostella

Op de fiets door Chris Huisman.

Montmedy - Brive

16 mei tot en met 31 mei 1999

 

 

Op zondag, na vier dagen rust zet ik door, eerst met twijfel, maar toch maar gaan. De eerste dag 50 km gefietst en de knie wordt niet erger. Door het land van Verdun, daar zie je vele monumenten en eregraven. Elk dorp hier heeft in de eerste wereldoorlog zijn geschiedenis.

Ook weer enkele fietsers die mij achterop komen bepakt en op dezelfde route als ik. Ik zet door en elke dag wat meer, maar wel houdbaar. Mijn manier van fietsen verandert ook, licht verzet betekend ook licht fietsen geen extra kracht zetten op de pendalen maar zo licht mogelijk doortrappen. De knie blijft dragelijk, ik verzorg hem en doe er elke dag een bandage om. Ik rij de Champagne streek in en het landschap veranderd sterk, grote stukken graan en erwten, soms aardappelen en bieten. Men zegt wel de landbouwwoestijn, nou het verveelt mij niet, misschien mijn boerenhart. Het landschap glooit met zo nu en dan een klimmetje. Maar de Ardennen zijn achter de rug. Onderweg word ik telkens begroet als men de schelp ziet, en herkent waar ik heenga. "Bon vojage prejed Sant Jac", een vrouw komt op me af en geeft mij een hand. Of bij een kerkje waar ik een schouderklopje krijgt en nog maar weer een Bon Route. De steden Scharlon en Champagne en Troyes en Auxerre. De laatste twee steden zijn het waard om nog eens terug te komen. Voor de laatste stad begint het klimmen ook weer, in dikke regen. En gek, ik denk telkens dat ik naar het noorden fiets, maar het is echt wel zuid, dat zie ik op mijn kompas.

Ik fiets de Bourgondie binnen en eindelijk zijn er wijngaarden. De eerst druiven op mijn pad!! In het nationaal park "de Morvan" zie ik, in een afdaling en een bos uitkomend, ineens de kathedraal van Vézelay boven op de heuvel top, uittoornend boven de huizen van het dorp. Even stil staan met een brok in mijn keel, met die knie, heb ik dit toch gehaald. Met volle bepakking de heuvel op tot voor de Magdeleine, wat een pure kerk met heel mooi beeldhouwwerk. Op het postkantoor ligt de knieband en wat medicijnen die Anneke heeft opgestuurd. Een camping vind ik in Sint Pere, 2 km van de top van de heuvel. Hier ontmoet ik mensen waarvan ik, drie dagen geleden in dikke regen, een kopje thee kreeg. Meteen was ik ook verzekerd van een kop koffie voor vanavond. Er zijn nog meer mensen op de camping die de tocht gedaan hebben en zoals ze zeggen op reünie zijn. Het is pinksterweekend en ik blijf twee dagen hier. De knie rust en ik kan deze plaats met grote betekenis voor deze tocht bekijken.

De secretaris buitenland van het genootschap van Sint Jacob staat toevallig ook op deze camping en hij heeft samen met zijn vrouw deze route gefietst. Een raad die ik van hem krijg is om mijn schema los te laten en van de mooie plaatsen te genieten, ook raad hij mij aan om mijn knie te ontzien. Ze moedigen mij aan, ook de twee concerten en een mis in de Magdelena tanken mij bij.

Na een kopje thee bij mijn, inmiddels vrienden, vertrek ik op 2e pinksterdag voor een tocht van 74 km door de Bourgondie. Die avond, terwijl ik zoek naar een kampeerplaats, want een camping is in geen velden of wegen te bekennen, wordt ik van de straat geplukt door een boeren familie. Bij hen kan ik mijn tent opzetten en mij douchen. Over de hele boerderij word ik rondgeleid, ik word voorgesteld aan vader en moeder, broers en tante van 80 jaar. Deze tante woont nog in een boerderij uit de 16e eeuw. Ik word, zogezegd, onthaald als god in Frankrijk. Een puike Franse maaltijd volgt, met een goed glas rode Bourbondie wijn. Bij het ontbijt krijg ik een gebed mee voor Santiago.

De volgende avond, bij gebrek aan een camping, ergens aan een boeren weg wild kamperen, met wat macaroni. Het blijft nu min of meer klimmen. Nevers, waar post op mij ligt te wachten. Ik kijk er naar uit als ik in een stad kom wat ik als posterestante adres heb opgegeven. Ze geven me moed. De stempels die ik nodig heb op mijn pelgrimspas vraag ik meestal bij de pastorie. Zij zijn altijd belangstellend en willen de reden weten waarvoor ik op weg ben. Deze geef ik dan ook zo goed en kwaad als het gaat in mijn Frans. Het wordt wel beter, maar een echte Franse tong heb ik niet, al heb ik drie jaar franse les gehad. De pastoor bied dan vaak een glas bier of wijn aan, lekker, maar ja ik moet daarna nog fietsen, dus maar niet.

Het Franse land is mooi en afwisselend. Zo ook de kleur van het vee, de witte Charlouwa koeien wisselen met rode Limousin koeien en later de Blonde de Ageteaen. Het blijft klimmen en dalen. Maar als ik dan na een klim een uitzicht heb waarvan ik kan genieten, denk ik een poosje stilstaand "dit is mijn beloning". Zo paseer ik plaatsen als Crozant en Bénevend-l’Abbeye, waar ik voor een appel en een ei overnacht in een Gitte de Etape naast de kerk. Als maaltijd kreeg ik ook een appel en een ei (twee zelfs), een banaan en een zak chips, de plaatselijke doctor zorgt hiervoor. Deze doctor heeft ook zorg voor mijn knie en ik moet nog medicijnen hebben zegt hij, want ik heb te weinig. Dat wordt dus nog net voor sluitingstijd naar de apotheek. De route door de Limousin is mooi maar zwaar, rivierdal in en uit. Er wordt veel gefietst in Frankrijk en vaak komt de achteropkomende wielrenner een poosje naast me fietsen en maken zo een praatje, dit stimuleert me. Mijn snelheid is niet zo hoog, bij een flinke helling maak ik dan wat extra vaart, maar niet te veel kracht zetten, want dan speelt mijn knie weer op.

Soms ontmoet ik ook onvriendelijke mensen, maar meestal hartelijkheid en een goed woord. Mensen ik fiets nu door, want Rocamandour komt in zicht.

 

 

 

Naar de volgende etappe.  

Terug naar de startpagina