Santiago de Compostella.

Op de fiets door Chris Huisman

Oloron-Ste-Marie - Burgos

10 juni tot en met 18 juni 1999

Oloron st. Marie, 7 juni, 7 uur in de morgen. Het regent en de Pyreneeën zitten in de mist, ik heb de toppen nog niet gezien, maar weet dat ze er zijn. 7.15 uur ga ik in het zadel, ik wil de drukke weg mijden. Rij hier 2 km voor om, maar kom toch op die drukke weg terecht. Dan de bergen in en flink doorzetten, het is 57 km naar de top en wat dat betekend weet ik als ik ben anngekomen op 1640 m. De eerste 30 km gaan vlot, het stijgt licht. Bij het koffie drinken is de zon er en kan ik de toppen zien. Het wordt helder, met prachtige vergezichten, veel bos en lekker groen. In de verte een paar grote vogels, adelaars? Ik weet het niet en dan een heel koppel, zwevend, maar dat zijn anderen. Ik kijk met mijn kijker en zie dat het gieren zijn. Dan na Etsaut begint het klimmen, 7% valt mee, dan 9% en volgens mij ook stukken van 10% en dat 15 km lang. Nu is het afzien met 28 kg bagage. Elke meter voel ik, mijn spieren gaan zeer doen en willen eigelijk niet meer. Maar ik ga toch door, nog 8 km, nog 6 km, nog 4 km. Dan zijn ze aan het teren met grind en die weg plakt toch al zo. Nu plakken grindstenen aan mijn banden en ketsen af op de spatborden. Het wordt er niet plezieriger van, mijn lichaam protesteert en de pijn neemt toe. Maar het is heel mooi om me heen, zo nu en dan stop ik om te kijken en te genieten. Eén van de mensen die aan de weg werkt zegt: "Nog 2 km". Dus nog even. Het blijken er 2 ˝ te zijn, dan is 500 meter een heel eind en valt tegen. Maar de mensen toeteren, zwaaien en applaudisseren me naar boven, elke auto die tegemoet of achterop komt doet wel wat. Dit is echt uit steun en waardering. Boven is alles dicht en er komt een mist opzetten, afdalen dan maar naar Jacca. Deze 30 km doe ik in 1 ˝ uur, en ik stop ook nog een paar keer om wat te bekijken, zoals een heel groot station in een klein dorp, en voor het eerst hoor ik Ola.

 

Overnachten in een Refugio of een tentenkamp en voor het eerst werken met peseta’s. Hoeveel is dat spul eigenlijk waard, weet ik veel. Ik ben mijn valuta kaartje kwijt en weet het niet. Ook is er post voor mij een hele stapel. De tocht verder over een flink heuvelachtige weg waar ik een minuut of 15 in dubio sta, zal ik een omweg naar een klooster maken. Dit is een omweg van 14 km, met 7 km klimmen en dalen en weer terug. Ik heb flink last van mijn knie door het klimmen van gisteren. Ik besluit door te gaan, maar vind het wel een beetje jammer. Monasterio de San Juan de la Peña moet bijzonder mooi zijn, maar mijn lichaam moet ook nog mee. Nu onderweg met een heel ander landschap en echt een zonnig klimaat. Het is 25*C met pittige klimmen onderweg. Er komen telkens auto’s langs die wuiven en roepen wat Spaans. Of ze staan ergens langs de weg en roepen "zet hem op". Ik zie ook hardlopers en fietsers. Het blijkt een groep te zijn die de Camino De Santiago, in estafette aflegt. Men loopt een uur, dan 2 uur fietsen gevolgd door rust. De auto verzorgt ze onder weg. Mij gaan ze ook verzorgen, want we gaan gelijk op. Ik krijg water, fruit, brood en kaas. Ik word ook telkens naar de auto geroepen en krijg dan eten en drinken. Ik kom langs het kasteel Javier wat het stamslot is van Hugo de Bourban Parma, de ex van Prinses Irene.

Sangüesa de camping en de volgende dag, zondag, een wielerronde door de straat. Door naar Puente la Reina het punt waar de verschillende wegen samen komen. De refugio is vol ik mag op het voetbalveld van het klooster staan. Vanmiddag passeerde ik één van de hoogte punten van de tocht, het kerkje Eunate midden in het veld. De volgende morgen ga ik 5 km terug om het nog eens bij de ochtend zon te bekijken. En ik ben alleen. De tocht verder op een warme dag, kleine dorpjes, mooie kerkjes. Aan de barokke altaren zit veel goud, daarom zitten denk ik ook de meeste kerkjes op slot. Estella, een camping. Ik begin nu ook meer mede Camino-gangers te ontmoeten, lopers maar ook fietsers. Los Arcos, een mooi stadje met een aparte kerk. Een mooi uitzicht op Torres del Rio met zijn mooie kapel met moorse invloeden. Het stadje Viana, klimmen door de oude smalle straatjes en mijn brood eten bij de fontein. Het is drinkwater zegt men, ik heb er niks van gekregen. Er zijn Nederlandse lopers en wat Duitse fietsers, ik kom er mee aan de praat. Ook ontmoette ik een loper uit Israël, heel apart.

Logroño, een stad waarvan het oude stadsdeel is vervallen. De kerken en monumenten zijn wel onderhouden. Het is heet als ik er aankom en alles is dicht. Voor het eerst neem ik dan maar een ijsje. Toch ga ik zoveel mogelijk bekijken en doe inkopen voor vanavond. Dan op naar de camping in Navarrete. Hier ontmoet ik een Nederlands echtpaar en gaan we drie dagen een beetje gelijk op. We fietsen apart maar ontmoeten elkaar telkens bij een kerk of museum. 25 km om fietsen voor de kloosters van San Millan de Yuso beneden en De Suso 1 ˝ km tegen de helling op. Het laatste is het oude klooster en de Yuso is uit de 16e eeuw en is nu nog in gebruik, zeer de moeite waard. Het klooster van Canas, een mooi Cistercienser Klooster met een hele rijke schatkamer. Er is veel te zien onderweg en dat is wel een beletsel voor snelheid. Nu hoeft dat ook niet zo, maar ik moet er wel een tussenweg in vinden, ik heb niet een half jaar de tijd

Santo Domingo de la Calzada met zijn kippenhok in de kerk. De legende wil dat hier een pelgrim ten onrechte is veroordeeld tot de strop. 40 dagen later zagen zijn terugkerende ouders dat hij nog levend aan de strop hing. De rechter zei echter: "Die is zo dood als deze gebraden kip en haan op mijn bord." Prompt stonden de kip en de haan op, de veren groeiden weer aan en ze liepen van zijn bord. Daarna werd de jongeman bevrijd. Sindsdien zitten er een kip en een haan in een gotisch kippenhok in de kerk op zo’n 2 á 3 meter hoogte. Toen ik voor het hok zat te kijken kraaide de haan 7 maal en ging toen weer op stok zitten. Heel bijzonder. De weg daarna is heel mooi, door de koren velden en bergen met terrassen. Het is half juni en ik verwacht elk moment de eerste combains te zien, maar de regen en de mist bevorderen dat natuurlijk niet. Belorado, een mooi stadje op een heuvel. Dat is met die stadjes meestal het geval, als ik er in wil moet ik vaak eerst flink klimmen. Het regent, de refugio is vol, op de zolder van het nieuwe gemeentehuis mogen we slapen met 15 mannen en vrouwen.

Dan een mooie tocht door de bergen naar 1000 meter hoogte. Soms door dikke mist, dan zie ik weer vlagen van het dal. Bijna op de top bij wat rotsen zet ik koffie. Zo nu en dan zie ik vaag het dal en dan trekt de mist weer dicht, er hangt een wonderlijke sfeer. Dan duikt het Nederlandse echtpaar op uit de mist. Ik roep: "Koffie!!", Ja, zo gaat dat op de Camino. We trekken samen op en laten elkaar weer los. Als ik op de fiets wat omwegen of korte etappes maak, dan zie ik wat snelle lopers ook een paar dagen achter elkaar. De etappe naar San Juan de Ortega is kort, 35 km. Als ik aan kom in het kleine dorpje is er net een processie geweest als dank voor de regen van de laatste dagen. Deze plaats is een begrip onder de pelgrims, een grote refugio en voor iedereen is er plaats. Een klein cafe waar je een maaltijd voor 700 peseta’s (+- fl. 8,-). "Lu Saponds" de pelgrimsmis en na de mis schept de pastoor zijn beroemde (of berucht) armensoep op, zoals hij dat zegt.. Het is een sterke knoflooksoep met brood er in. Samen eet je dat onder de wens van een ‘bon Camino’. Dat is ook telkens weer de wens onder de pelgrims, vele malen per dag. "Ola, bon Camino", ofwel "Hallo, een goede weg".

Die groet is er altijd al kom je 50 of 100 mensen achterop. Naar de lopers, maar ook naar de fietsers en de mensen te paard of met ezel, ja op al deze manieren zie ik mensen gaan. In de morgen van een stille weg op een hele drukke ‘N’ weg, het kan niet anders. Maar het is niet prettig, het verkeer raast langs me heen en remt echt niet af. Ik fiets op een smalle strook en maar hopen dat het goed gaat. Die situaties heb ik een paar keer gehad, voor je blijven kijken, niet slingeren en doorgaan. Als ik in de klim zit en niet voldoende snelheid houd, dan is de kans op slingeren groot. Dat het niet zonder gevaar is bewijzen enkele monumentjes langs de Camino, waar mensen verongelukt zijn. Burgos, een stad met een mooie kathedraal, een Jacobuskapel en nog enkele monumenten. Dit is de stad van El Cid, een koene ridder, uit lang vervlogen tijden. In de kathedraal is zijn graf. De toren lijkt wel kantwerk, zo fijn is het beeldhoutwerk. Er is telkens een tweestrijd, wacht ik op de openingstijden of ga ik door. Ik heb nu een dag of 4 vrij veel bekeken maar ben erg weinig opgeschoten. Dus alles bekijken kan niet echt, dan heb ik een half jaar nodig voor de heenreis en dat heb ik niet. Nu wat meer op schieten, de Meseta, de hoogvlakte van Spanje, op.

 

 

Naar de volgende etappe. 

Terug naar de startpagina.