SANTIAGO DE COMPOSTELLA.

OP DE FIETS DOOR CHRIS HUISMAN.

SANTIAGO – FINISTERRE – SANTIAGO - BURGOS.

 

 

Santiago 27 juni 1999 op zondagmorgen, de dag na aankomst pak ik de fiets weer op en vertrek uit de refugio naar de stad om daar om 12.00 uur in de mis te zijn. Dan worden daar de aangekomen pelgrims van de dag afgelezen. Het is al druk en ik ben één uur te vroeg, maar ga naar binnen. Ik zoek een plaats midden voor het altaar. Bij de afkondiging wordt bij alle andere nationaliteiten een Hollander met fiets afgelezen, dat ben ik. ’s Middags zoek ik een camping op. Ik wil om 19.00 uur bij het Pandora Hotel zijn, waar tien pelgrims een maaltijd krijgen in het voormalig pelgrimsverblijf. De eerste tien om 12.00 uur en om 19.00 uur. Dit is het duurste hotel van Santiago. Op de camping staan nog enkele Nederlandse pelgrims en ja hoor, Peter Huisman ontmoet ik ook weer. Hij is gisteren aangekomen en vertrekt morgen naar de kust. Zo gaat ieder elk zijns weegs naar Santiago. De één gaat met de bus en de ander met het vliegtuig. Even eten bij het hotel, ik moet mij melden bij de garage. Door een labyrint van gangen en trappen belanden wij in de keuken. Daar krijgen wij soep, een snietsel met patat, salade en fruit met daarbij water of wijn naar keuze. Wij eten in een speciaal eetzaaltje voor pelgrims. Ik zit daar met Spanjaarden, Brazilianen, Belgen en een Fransman. Maandag de eerste echte rustdag ben ik van slag en zit niet goed in mijn vel. Dit hoor ik ook van anderen. Sommigen zijn gewoon ziek en beroerd en moeten overgeven. Dinsdag handel ik wat zaken af zoals kaarten en een buitenband voor Vredestein posten. Dit duurt totaal 2 uur. Het is telkens niet goed en als het dan wel goed is valt de stroom uit en kan men de post niet wegen. ’s Avonds nog een keer naar het Pandora Hotel, dat mag drie keer. Er zijn maar 8 mensen. Woensdag 28 mei vertrek ik naar Padron voor de kustroute. Padron, de plaats waarvan wordt verondersteld dat het lichaam van Jacobus daar is aangeland. Het is 32°C warm en ik koop wat fruit en een koud drankje op de markt. Ik haal een passestempel bij de refugio, maar de kerken zijn gesloten. Dan richting Finiserre, over een schiereiland. Dit is 8 km klimmen en dat bij deze warmte, maar daarna ook weer naar beneden naar Noia. Er is geen camping en ik ga door en kom terecht aan de kust. Bij Muros is een camping, De Coste del Morte waarin vroegere tijden veel schepen vergingen. Deze werden wel of niet misleid door dwaalvuren die de plaatselijke bevolking aanbracht op de rotsen. De camping ligt aan het strand, dus de volgende morgen mijn bed uit en zo het water in. Daarna de laatste 60 km naar Cabo Finisterre. Het is een grillige weg en de kaap komt steeds dichterbij. Aan de overkant van de baai ligt hij in de nevel. Het is 38°C en telkens bij een strand ga ik even met mijn voeten in de zee of trek de zwembroek aan en ga er helemaal maar in. Tegen de avond rij ik het stadje binnen, bij de haven wordt net de vis afgeslagen. Daar liggen hele vreemde soorten vissen. Het is nog 3 km naar de kaap. In een klim fiets ik er naar toe. Het water en de lucht zijn bijna niet te onderscheiden. Op de rotsen achter de vuurtoren verbrand ik een oud T-shirt als symboliek, een nieuw T-shirt had ik al gekocht. Een Nederlands echtpaar komt kijken wat ik daar aan het doen ben. Enkele lopers gooien hun stokken in zee ten teken dat dit het einde van de tocht is.

Er is een mooie refugio en daar tref ik de Belg, Luc, ook weer voor het laatst. De volgende dag is het grijs bewolkt en er is weinig zicht. De terugreis gaat voorspoedig en ik wil de 130 km naar Santiago in één keer afleggen. Dat lukt niet en ik zet de tent op in een oude schuur. De volgende dag kan ik weer op de camping in Santiago staan. Daar tref ik het echtpaar uit Kalenberg. Ook aangekomen en al geboekt voor de terugreis naar Nederland. Voor mij toch even slikken, een ieder gaat naar huis en ik wil terugfietsen. Niet lang blijven staan, en de volgende morgen na een afscheid ga ik direct weg richting Lugo. Dit is een prachtige stad met een complete stadsmuur uit de 11e eeuw. Hier overnacht ik in een grote sporthal met allemaal stapelbedden met 5 mensen. Koken doe ik op een hoek van de tribune. Daarna Fonsagrada boven op een bergrug op 800 m hoogte en toch nog een temperatuur van 32°C. De refugio is 2 km terug. Allemaal Spanjaarden die de camino primitivos nemen. Na een afdaling ga ik omhoog naar de Monte Muro, deze ligt op 1175 m. Daarna krijg ik een steile afdaling. Ik stap van de fiets en loop 1,5 uur naar beneden. Niet om de angst voor het afdalen, maar hiervan wil ik genieten. Dit dal geeft een volmaakte indruk. Ik kom 2 auto’s per uur tegen en verder klaterend water vanuit de bergen. In de verte kraait een haan, koeiebellen rinkelen, bijen zoemen om mijn hoofd, de vogels zijn hoorbaar en de wind waait. De bloemen bloeien en geuren in de berm. Hier en daar om mij heen kleven de dorpjes tegen de bergwanden. Verder is er geen ander geluid op een paar auto’s na. Deze moeten afremmen, want ze kunnen elkaar nauwelijks passeren. Een klein dorpje met een winkel en ik bevoorraad mij. Dit blijkt goed te zijn, want de volgende 200 km kan ik alleen maar wat melk bij een boer kopen. De tent zet ik op een bergwei bij een kleine bron met net zulk lekker water als in de polder. Zittend aan de rand van de wei, maak ik een praatje met de boer die zijn 5 koetjes en een ezel ophaalt uit de wei. Het is tien uur ’s avonds en de lichten in de dorpen op de berghellingen gaan aan. Een koe loeit, het water klatert en ik vind dit bijna volmaakt. Hier wil ik best blijven. Hoelang zal dit nog bestaan? Goed, ik heb er best wat voor moeten doen, een paar fikkse klimmen over een weg met gaten. Ik noem het dal niet, dit hou ik voor mijzelf. Maar de zon komt ook weer op en het dal ligt nog een poosje in de schaduw. Ik stap op en zwaai nog naar de maaiende boer. Ik draai 50 km om de bergen heen. Daar hangt een dikke stofwolk op de bergtop. Het lijkt wel af ze die bergtop helemaal aan het omzetten zijn, volgens mij kan het geen weg zijn op die hoogte. Later blijkt dat het kolenbouw is. Daar in die toppen zijn kolenlagen. Deze worden afgegraven en men zet hierbij een heel stuk berg opzij. Overal ligt stof en zo word je door de vooruitgang wakker geschud en beland je weer in de 20e eeuw. Daarna volgen er nog een paar fikse bergetappes. Op naar 1.300 m en dalen naar 400 m, weer op naar 1.100 m en af naar 200 m en daarna weer klimmen naar 1.350 m.

Nu loop ik ook wel eens, omdat er een helling is van +10% met kapot gereden wegen door de kolenauto’s doordat deze af en aan rijden. De bergboeren hooien met de vork en hark. De trektoren en hooipersen zijn klein. In het begin nog los hooi, dan kleine pakjes, dan grotere en op het laatst, ja hoor daar zijn de grote rollen weer. De trektoren zijn ook weer normaal. Het stuwmeer, de Los Barrios de Luna. Het water is groen/blauw en een grote hangbrug verbindt de oevers voor de A66. Onder die brug wil ik een stuk watermeloen kopen, ik hoef deze niet te betalen. Daarom koop ik er maar een pond kersen bij. Al pendalend eet ik deze op. Mijn tent zet ik op voor een nacht op de platte top van een berg, niemand die je ziet. De volgende dag was ik mij bij een benzinestation, op weg naar Leon. Deze stad wil ik nog eens goed bekijken. Op de heenweg ben ik er te snel doorheen gegaan. Ik neem de tijd. Om 17.00 uur rij ik de stad uit de Camino weer op. Ik kom nu de meute tegen en spreek een paar Nederlandse fietsers. Na een kleine week eindelijk weer je moerstaal weer spreken.

Een aparte ervaring, ik ben op de terugweg en kom telkens mensen tegen die roepen dat ik de verkeerde kant op ga, want Santiago ligt naar het westen. Zo fiets ik de Meseta weer op richting Burgos. Ik overnacht nu in tentenkampen die door het leger zijn ingericht, ten behoeve van de pelgrims. Het is warm op de Meseta, minstens 38° C, maar ik heb tegenwind. Tegen de avond komt deze opzetten en zet wel aan tot een kracht van 7 tot 8. Het is nu wel vlak, maar ik schiet nog niet veel op. Na een dag van 35°C een hele nacht onweer en regen van 20.00 tot 08.00 uur. De volgende dag fiets ik bij een temperatuur van 20°C, dat is heel wat anders en dat is de Meseta. Zo kom ik in het tentenkamp van Burgos en verlaat de Camino weer.

 

Naar de volgende etappe. 

Terug naar de startpagina.