SANTIAGO DE COMPOSTELLA (TERUGREIS)

CHRIS HUISMAN

BURGOS- TOURS

12 JULI TOT EN MET 28 JULI 1999.

Burgos met zijn kathedraal van Brussels kant, zo rag fijn is het beeldhouwwerk. Het tentenkamp is bijna vol, maar ik heb een plaats bij een Amerikaan, een Tsjech en een Pool in een tent. De volgende dag is de Jacobskapel gesloten, jammer. Toch nog even op de Camino tot Bellorado, langs San Juan de Ortega en dat is een onverharde weg van meer dan 1000 jaar oud. Echt de oude weg naar Santiago, door verlaten gebied. Ik kom wel de lopers tegen en zo heb ik contact met alle nationaliteiten. Er wordt een foto gemaakt met een groep bestaande uit; 2 Nederlanders, 2 Belgen, 1 Fin, 1 Amerikaan, 2 Duitsers, 1 Braziliaan en een Tsjech. Men wijst mij er weer op dat ik de verkeerde kant op ga. "Ja" zeg ik, "maar ik was al in Santiago" Na Belorado ga ik van de Camino af en bij een plaatsje Herramélluri vraag ik aan een tuinder of ik ergens mijn tent neer kan zetten. Dat kan op drie plaatsen, bij de rivier, bij het sportveld of bij hem in de kas. Ik kies voor het laatste en kampeer in een plastik kas. Hij komt aanlopen met 2 pilsjes en een dikke krop sla, 3 komkommertjes, 2 tomaten en wat uien. Men is mij goed gezind. Ik ga vroeg slapen en trek de volgende morgen de Cantabria bergen weer in. Een klim van 12 km naar 1100 meter, langs een smalle weg met een fantastisch uitzicht. Alleen het is heiig en ik kon Logrono niet zien liggen. De bergrug over en naar beneden, vind ik de weg verderop afgesloten en wel totaal. In teruggaan heb ik geen zin, met een andere weg die zelfde bergrug weer over ook niet. Langs de andere kant 30 km om rijden met wat flinke klimmen, daar heb ik ook geen zin in. Dan maar wagen. De weg is kapotgereden en er komt een grote grondwagen aan gedenderd, die gebaard teruggaan tegen mij. Ik overleg, met handen en voeten, als ik voorzichtig ben en oplet op de wagens kan ik door. Als die komen afstappen en ver de berm in. Dan 4 grote graaf machines die een stuk berg weg happen. De weg wordt verbreed. Ik zie mannen met kettingzagen bomen vellen. Er gaat een fluit, men stopt en ik mag er langs. Het was +/- 5 km, maar dat is achter de rug. Ik wil kamperen bij een scouting groep, dat lukt niet. Dan nog maar 12 km, daar is een camping en kom daar om 9 uur aan. Nu nog eten koken. Ik lijk al echt een Spanjaard, die beginnen ook pas om 9.30 uur te koken. De volgende morgen de weg weer op, maar ik let niet op. Het is een mooie weg naar beneden, dat klopt. Dan Los Arcos, daar moet ik helemaal niet zijn!! Dat is 20 km van Estella af en ik heb 20 km gereden en had in Estella moeten zijn. En ja hoor dat kost een extra klim. Wie zijn hoofd niet gebruikt moet zijn benen gebruiken. Maar toch hierdoor een leuke ontmoeting en wat slokken wijn.

Dan van Estella naar Pamplona. Een afdaling langs prachtige kale rotsen, waar gieren nestelen en omlaag zweven. Zoutpannen waar zout gewonnen wordt door verdamping. Dan Pamplona 2 dagen na San Fermin, de dagen van het stieren gevecht en stieren in de straten. Een jongen van de stad, met zijn hand in het verband en blauwe plekken, wijst mij de weg naar de refugio. Hij loopt met mij de halve stad door. Een mooie stad met nauwe straten. Dan heb ik Spanje bijna gehad en rest de klim naar Roncesvalles in de Pyreneeën. 50 km met 3 keer een flinke klim, toch valt hij mij mee. Maar bij mooi weer en hoge tempraturen, windstil, is het best zwaar om boven te komen. Deze pas is 1045 meter hoog. Als ik die hoogte nader loeren de wolken van af de Franse kant over de toppen, om 4 uur komen ze aanrollen en het is gedaan met het mooie weer. Het wordt steeds mistiger. Ik maak de mis mee en krijg de pelgrimszegen al ga ik dan ook in omgekeerde richting. Ik slaap in de refugio en eet in het klooster. Als ik weer buiten kom zit het pot dicht. De volgende dag op Zondag is de mist nog niet opgetrokken en moet ik de laatste 2 km klimmen door de mist. Het is nog niet druk op zondagochtend en na een kijkje op de Roelandspas, naar beneden Frankrijk in. Het plaatsje St. Jean Pied de Port, eigenlijk een start plaats voor de tocht over de Pyreneeën, voor mij weer de poort naar Frankrijk. Door de Midi Pyreneeën, met steeds lagere heuvels, hier overnacht ik in de refugio van de gastvrije madame Jannine. Dan op naar Dax, hier houdt men ook van stierenvechten. Bij Dax begint het land van Le Landes, eigenlijk een groot formaat veluwe. Het is het vrij vlak afgewisseld met rivierdalen, waar ik in glijden weer uit moet klimmen. Een heel groot houtproductie gebied, dat is aangeplant in de tijd van Napoleon. Ik kom op een camping, de man ziet dat ik naar Santiago ga. Ik zeg: "Ik ga retour". Ik krijg een pul bier en mag zo mijn tent opzetten, hij zegt: "Je hebt al betaald". Op 22 juli kon ik de Tour de Franse tegen op zijn rit naar Bordeaux. Ik instaleer mij aan de kant van de weg en zit daar 5 uur te wachten, terwijl het reclame circus passeert. Om de renners vervolgens in 5 minuten langs te zien komen, zonder dat ik echt iemand herken. Dat heb ik ook eens meegemaakt. Bij Cadillac ga ik over de Garonne en zijn de bossen verdwenen. Opeens zijn daar de wijnvelden. Het gebied van de Bordeaux en later de Congac. Maar ik heb het hoofd naar huis staan, want ik zie weinig meer. Nu maak ik dagen van 90 tot 120 km. Totdat Mireille Madu, een autoriteit in de geschiedenis van de weg naar Santiago, mij even tot de orde roept en zegt: "vergeet je niet om je heen te kijken?". Ze heeft gelijk. Ik kom haar toevallig tegen in Aubeterre-sur-Dronne, waar een Sint Jacobskerk staat en waar haar groep een viering had, Ik ging zitten en zij kwam op mij af.

 

Ik kom nu ook veel fietsers tegen die in de vakantieperiode naar Santiago gaan. Ze hebben vaak niet veel tijd. Iemand die in 3 weken naar Santiago wil, want dan is de terug vlucht geboekt, vraagt mij hoeveel er nog geklommen moet worden. Ik zeg: "het is nog pittig, maar ik weet niet wat u gehad hebt.". Ik weet nu dat dat eigenlijk vlak was, ten opzichte van wat nog zal komen. Die heeft het niet goed voorbereid en of die binnen deze tijd daar zal zijn is voor mij een grote vraag. Ik kom meerdere mensen tegen die het even willen doen, want ze hebben niet meer tijd. Jammer, want het kan ook in meerdere jaren. Dan hoeft men zich niet zo te haasten en kan men dus genieten van de dingen onderweg. Het kan ook om het zo snel mogelijk fietsen gaan, dit kan een kick geven. Elk heeft zijn eigen ervaring op deze weg. Maar goed, ik moet dus ook wat meer rond kijken. Op een gegeven moment ben je het kijken ook wel wat zat. Maar Portiers is weer de moeite waard om even goed te bekijken. Met zijn mooie kerken en zijn St. Pierre kathedraal. De Notre Damme met zijn stripverhaal uit de 13e eeuw op de wanden. Een stad als Châtelleraut met een mooie Jacobskerk. En een prachtig beeld van Jacobus met zijn schelpen wandelstok en kallebas. Hij past een uur op mijn hoed, want ik vergeet hem. Ik heb onderweg verschillende leuke ontmoetingen met mensen die onderweg zijn en mij vaak herkennen als iemand die terug komt. Men wil dan weten hoe het was. Ik schenk inderdaad wat meer aandacht aan de omgeving de dag afstanden zijn ook weer wat korter. Dan kom ik in Tours, de stad die ik ken, we waren daar vorig jaar een paar dagen tijdens een fietsvakantie langs de Loure. Ik sta op de vertrouwde camping en voel mij al een beetje thuis.

 

Naar de volgende etappe.

Terug naar de startpagina.